Steeds meer mensen gebruiken hun kelder als extra woonruimte. In de regel bevinden zich in deze kelderruimten ontwateringsobjecten zoals bodemafvoeren, wasmachines, vaatwassers, douches of toiletten. Omdat de kelderverdieping meestal onder het rioolwaterkeeringsniveau ligt, moet deze worden beschermd tegen rioolwaterkering. Anders kan de kelder bij hevige regenval worden overstroomd. Ligt de vloer in de kelder dieper dan het openbare rioolsysteem, moet het afvalwater met een afvalwaterpompinstallatie in het riool worden gepompt. Hierbij pompt de pompinstallatie het afvalwater via een rioolwaterkeeringslus, die boven het rioolwaterkeeringsniveau ligt, naar buiten. Deze rioolwaterkeeringslus biedt tegelijkertijd ook bescherming tegen rioolwaterkering. De pompinstallatie wordt in de regel in het bodemgebied van de kelder ingebouwd. Wil men in een bestaand huis een pompinstallatie achteraf inbouwen, dan kan deze ook vrijstaand worden ingebouwd.
Belangrijk over de pompinstallatie
De bediening van het pompinstallatie-systeem gebeurt via een bedieningskast met display, die aan de wand wordt gemonteerd en met de pompinstallatie communiceert. De schakeltafel geeft alle activiteiten weer, zoals bijvoorbeeld storingen van de pomppomp. De pompinstallaties zijn voorzien van een geurstop om onaangename geuren in de kelder te voorkomen. Veel fabrikanten bieden een breed scala aan onderdelen aan, zodat defecte componenten eenvoudig kunnen worden vervangen. Dit verlengt de levensduur van de installatie en zorgt voor betrouwbare werking. Een groot voordeel van pompinstallaties is dat ze achteraf kunnen worden ingebouwd. Dit is vooral nuttig als u een gootsteen of ander sanitair in de kelder wilt installeren. De montage moet door een vakman worden uitgevoerd.
6 Planningtips voor een pompinstallatie
1
Toevoerleiding (afvalwater)
3
Drukleiding
De rioolwaterkeeringslus beschermt tegen rioolwaterkering vanuit het riool. Zonder lus bestaat het risico dat bijvoorbeeld bij wateroverlast het water in de kelder wordt teruggeperst en overstroming optreedt. Opdat de lus kan functioneren, moet deze zich boven het rioolwaterkeeringsniveau bevinden.
4
Rioolwaterkeeringslus
Volgens DIN EN 12056-4 moet het afvalwater via een drukleiding met rioolwaterkeeringslus worden geheven. De leiding is voorzien van een terugslagklep, maar deze is alleen verantwoordelijk voor het feit dat na het uitschakelen van de pomp geen water in het verzamelbak terugstroomt.
5
Gemengd afvalwater
Afvalwater en regenwater vloeien samen in een gemengd afwateringssysteem. Bij een scheidingssysteem worden vuil- en regenwater in gescheiden leidingstelsels afgevoerd.
7
Ventilatie via dak
Afwateringinstallaties worden via het dak ontlucht.
9
Rioolwaterkeeringsniveau
Het rioolwaterkeeringsniveau beschrijft de hoogte waarop het afvalwater in het riool kan stijgen. Dit komt in de regel overeen met de bovenkant van de straat.
10
Zonder rioolwaterkeeringslus gevaargebied
Tip 1: Controleer of u een pompinstallatie of een rioolwaterkeringsventielen nodig hebt!
Een pompinstallatie is nodig als ten minste een van de volgende punten van toepassing is:
- De huisinterne afwateringsleiding heeft geen verval naar het riool toe.
- Bij het gebruik van de afvoerplaats, zoals bijvoorbeeld toilet of wasmachine, kan bij rioolwaterkering niet worden verzaakt.
- De te beschermen ruimten zijn niet van ondergeschikt gebruik, maar dienen bijvoorbeeld als woonruimte.
- Een overstroming zou tot een gezondheidsgevaar voor de bewoners leiden.
- Bij overstroming zijn essentiële materiële waarden in gevaar.
- De gebruikersgroep heeft geen sanitair beschikbaar boven het rioolwaterkeeringsniveau.
Tip 2: Overweeg goed welk type pompinstallatie u nodig hebt!
De keuze van de afvalwaterpompinstallatie is afhankelijk van het type afvalwater. In principe maakt men onderscheid tussen installaties voor zwartwater (fecaliënhoudend) en grijswater (fecaliënvrij).
Zwartwater is het toiletafvalwater, dat vanwege zijn grove vaste stoffen moeilijk te transporteren is. Pompinstallaties voor fecaliënhoudend afvalwater zijn vaak uitgerust met een snijwerk, versnipperaar of soortgelijke verpulveringsinrichting. Deze versnipperaar speelt een belangrijke rol, omdat deze de vaste bestanddelen van het afvalwater, zoals toiletpapier of fecale bestanddelen, versnipperen. Hierdoor kan het afvalwater beter worden afgevoerd. Er kunnen kleinere buisdiameters, zoals DN 32, DN 40 of DN 50, voor de afvoer worden gebruikt. Voor de horeca is het bovendien noodzakelijk een vetafscheider te installeren, omdat deze de vetten van het afvalwater scheidt.
Grijswater is het fecaliënvrije afvalwater uit wasmachines, douches, badkuipen of gootstenen. Via zogenaamde grijswaterinstallaties kan dit soort afvalwater overigens zo worden behandeld dat het zonder bezwaar voor toiletdoor spoelen kan worden gebruikt. De norm maakt de volgende onderverdeling van pompinstallaties:
- Fecaliënpompinstallatie (pompinstallaties volgens DIN EN 12050-1)
- Pompinstallaties voor fecaliënvrij afvalwater (pompinstallatie volgens DIN EN12050-2)
- Fecaliënpompinstallaties voor beperkt gebruik (pompinstallaties volgens DIN EN 12050-3)
Uit kostenoverwegingen kiezen de meeste bouwers voor fecaliënpompinstallaties voor beperkt gebruik. Dit is echter alleen zinvol als het om een kleine gebruikersgroep gaat. Bovendien mogen alleen maximaal een toilet, een handwasbak, een douchebak en een bidet rechtstreeks worden aangesloten. Verdere voorwaarden zijn dat er boven het rioolwaterkeeringsniveau een ander toilet aanwezig is en dat de pompinstallatie samen met de afwateringinstallaties in dezelfde ruimte staat.
Tip 3: Plan de juiste inbouwplaats van de pompinstallatie!
In principe zijn er drie mogelijke plaatsen voor de positie van een pompinstallatie:
- De pompinstallatie wordt in de bodemplaat (onderfloor) ingebouwd.
- De installatie wordt vrij in een aparte, vorstbeschermde ruimte geplaatst (vrijstaande pompinstallatie).
- Om woonruimte te sparen en geuroverlast bij onderhoudswerkzaamheden te voorkomen, kunnen afvalwaterpompinstallaties ook in een schacht buiten het gebouw staan.
Bij de inbouw van de pompinstallatie moet ook op de ventilatie worden gelet. Pompinstallaties voor fecaal water moeten via het dak worden ontlucht.
Tip 4: Zorg voor een drukleiding met rioolwaterkeeringslus!
Volgens DIN EN 12056-4 moet een pompinstallatie het afvalwater via een drukleiding (punt 3) met een rioolwaterkeeringslus in het riool pompen. De rioolwaterkeeringslus voorkomt dat het water tijdens rioolwaterkering terug in de kelder wordt geperst. Rioolwaterkering ontstaat niet alleen door zware regenval. Ook buibreuken, kortstondige overbelasting bij grote evenementen of verstopping in het riool kunnen tot rioolwaterkering leiden. Opdat de rioolwaterkeeringslus zijn functie kan vervullen, moet deze zich boven het rioolwaterkeeringsniveau bevinden.
De rioolwaterkeeringslus moet absoluut worden onderscheiden van de in de drukleiding ingebouwde terugslagklep. Deze zorgt ervoor dat na het uitschakelen van de pomp geen water uit de leiding in de verzamelbak terugstroomt.
Tip 5: Houd rekening met de pompkapaciteit bij de planning!
In de planningsfase moeten de totale toevoer en pomphoogte worden bepaald. De pomp moet zo worden gekozen dat deze de afvalwaterhoeveelheid op de gewenste hoogte kan pompen. Daarnaast moet ook op de stroomsnelheid in de drukleiding worden gelet. Deze moet tussen 0,7 en 2,3 m/s liggen. Een te lage snelheid leidt ertoe dat zich afzettingen in de leiding vormen en deze uiteindelijk verstopt raakt. Een te hoge snelheid leidt ertoe dat te veel energie wordt verbruikt. Bovendien ontstaan hogere stromingsgeluiden.
Tip 6: Plan de inbouw zorgvuldig!
- Oprijtingsveilige inbouw: De pompinstallatie moet stevig in de bodem worden verankerd, anders kan zij bij verhoogde grondwaterspiegels aangesloten leidingen afbreken.
- Vrije werkruimte: Voor onderhoudswerkzaamheden moet een vrije werkruimte van ongeveer 60 centimeter naast en boven alle onderhoudbare onderdelen beschikbaar zijn.
- Verlaagde verzamelbak: Om afwaterleidingen in de kellervloer te kunnen aansluiten, moet de verzamelbak verlaagd worden ingebouwd.
- Spanningsvrije verbindingen: Met korte slangstukken is het mogelijk de pijpleidingen spanningvrij met de tank te verbinden.